Creationette

Lord, could I only squeeze
You down to a gesture on my hand,
give You all the fuzz, the buzz bees,
beads and kittle-kittenese,
and You would weave them into one strand..

I’d close my fingers around You
and loving Your tickles while You do
Your Thing, I would have kissed,
gently, the outside of my fist;

and then, daring as You ordain,
would expose what You created,
and for evermore remain
staring at my empty palm, great
God
and never speak again.

 

Scheppinkje

Kon ik Jou, Heer, tezamensponzen
tot een gebaartje op mijn hand
en gaf Jou alle kralen, donzen,
poesjesmiepsen en hommelgonzen
en Jij weefde het verband…

ik zou mijn vingers rond je sluiten
en Jouw gekriebel zo beminnen
terwijl Je scheppend was daarbinnen
dat ik mijn vuist héél zacht van buiten
zou kussen;

en als ik op een teken
Jouw werk voorzichtig zou ontbloten
nimmermeer zijn uitgekeken
op mijn lege handpalm, grote
God
en nooit meer spreken.

From 126 Poems (126 gedichten, 1964)
Translated by Leo Vroman

First published in The Low Countries, 2002