Eddy Merckx

(Winner of the Tour of Flanders, 1969-1975)

All hell let loose, thinks Merckx
and he thanks the cycling gods
for the strength that spurts from his trunk
and legs. Flanders bends
its trees before this unbounded force,
the churches shrink into their towers,
pigeons fall from the roof
and in unbounded pink stupor
tongues hang from the open mouths.

The Cannibal shreds the racer’s flesh
that’s served up to him on the Kwaremont:
every climb makes him a Gulliver
in a landscape that’s descended
from Lilliput to Flanders.
Even the Wall proves a paper tiger
under the crack of his calves,
the people don’t see what they see:
a new god, a lightning bolt on two wheels.

 

Eddy Merckx

(Winnaar 1969-1975)

Alle duivels los, denkt Merckx
en hij dankt de wielergoden
voor de kracht die uit zijn lijf
en benen spat. Vlaanderen buigt
zijn bomen voor dit mateloos geweld,
de kerken krimpen in hun torens,
duiven vallen van het dak
en met mateloze roze stomheid
hangen tongen uit de open monden.

De kannibaal verscheurt het rennersvlees
dat hem op de Kwaremont wordt geserveerd:
elke helling maakt hem tot Gullliver
in een landschap dat uit Lilliput
naar Vlaanderen is afgezakt.
Zelfs de Muur baart een muis
onder het knallen van zijn kuiten,
De mensen zien niet wat ze zien:
Een nieuwe god, een bliksem op twee wielen.

From De Ronde van Vlaanderen (1996)
By Willie Verhegghe
Translated by Paul Vincent

First published in The Low Countries, 2012