Four Poems

The seed had the colour of old lamp-light
The fruit was a yellow-white vapour.
On it they performed tasks.
There were complications.
Man was the intention.
At night windows steamed up;
during the day it smelled of rubber and Mickey Mouse.
In sunny water albumens flaked.

 

Het zaad had de kleur van oud lamplicht.
De vrucht was een geelwitte damp.
Daaraan verrichtten ze taken.
Verwikkelingen kwamen.
Man was de bedoeling.
Des nachts besloegen ramen;
daags rook het naar gummi en Mickey Mouse.
In zonnig water vlokten eiwitten.

From Country Tiger (Boerentijger, 1990)
By Tonnus Oosterhoff
Translated by John Irons

 

A good person is something quite simple,
but if you drop him, you can just as well throw him away.
Once the connection’s lost, not even
the best technicians can ever put it back in.
You can throw him away, he’s not worth anything any more.

Cows when they have forcibly drunk
each other’s marrow and head
are put to the sword by the thousand:
for just once one expensive, unique was allowed…!

A human being however is as replaceable as a light-bulb.
Screw a new good person into the fitting
of a burnt-out good person and you have light.

A good poem is also simple.

Noneofthatyourverygoodhealth

I keep a spare handy.

 

Een goed mens is iets heel eenvoudigs,
maar laat je hem vallen, dan kun je hem weggooien.
Als het verband eruit is, krijgen
de knapste vaklui dat er nooit meer in.
Je kunt hem weggooien, hij is niets meer waard.

Koeien worden als ze gedwongen
elkaars merg en kop hebben gedronken
bij duizenden over de kling gejaagd:
want er mocht eens één zo’n kostbaar, uniek…!

Een mens is echter zo vervangbaar als een gloeilamp.
Draai in de fitting van een kapot goed mens
een nieuw goed mens en je hebt licht.

Ook een goed gedicht is eenvoudig.

Nooitvanzijnlangzalhijleven

Ik houd een onderdeel over

From We saw ourselves turn into a small group of people (Wij zagen ons in een kleine groep veranderen, 2002)
By Tonnus Oosterhoff
Translated by John Irons

 

The water began to feel ashamed
of what it was and had always done.
On behalf of everyone a fish came to the land
to come to an arrangement.

The fish straightened its back:
‘Folks: three wishes.’

The shore was empty, only the shells
had the form of caps with ear-flaps under them.
The crafty creature had to stop itself from laughing.

I can promise what I like, it thought.
This won’t cost me a farthing. History hasn’t even begun yet.
I ought to be getting back through the breakers.

Or shall I stay here for a bit? After all, I’m dry now.
I mean its great, that sea breeze.

 

Het water begon zich te schamen
voor wat het was en altijd gedaan had.
Namens iedereen kwam een vis aan land
om een regeling te treffen.

De vis rechtte zijn rug:
‘Mensen: drie wensen.’

Het strand was leeg, alleen de schelpen
hadden de vorm van mutsen met oren eronder.
Het uitgekookte dier moest zijn lachen inhouden.

Ik kan beloven wat ik wil, dacht het.
Dit kost me geen stuiver. De geschiedenis is ja nog niet begonnen.
Ik moest maar eens gaan teruglopen door de branding.

Of zal ik hier nog wat blijven? Droog ben ik nu toch.
Het is wel heerlijk, die zeewind.

From The Landholder (De ingeland, 1993)
By Tonnus Oosterhoff
Translated by John Irons

 

Three juggling balls, four shades
of softly peeled skin.
One, two, three. One, two, three, four.
Green, yellow, blue, red.

Summer morning: puss is resting on the balcony
imagining a black redstart to itself.
But the hospital round the corner is below still.
And sporting couples in Randenbroek Park are playing
winter evening tennis, laughing puffs of steam.
It is only three, four hundred metres
from here to right over there.

The set of instructions claims:
And you’re juggling. Well done!’

My brother is in Australia. Up and gone.

 

Drie jongleerballen, vier kleuren
van zachtgeschilde huid.
Een, twee, drie. Een, twee, drie, vier.
Groen, geel, blauw, rood.

Zomerochtend; poes rust op ‘t balkon
zich een zwart roodstaartje voorstellend.
Maar het ziekenhuis om de hoek is nog onder.
En in Park Randenbroek spelen sportparen
winteravondtennis, stoomwolkjes lachend.
Drie-, vierhonderd meter is het maar
van hier tot helemaal daar.

De gebruiksaanwijzing beweert:
‘En u jongleert. Gefeliciteerd!’

Mijn broer is in Australië. Geëmigreerd.

From (Robust Reed Stops,) A Brilliant Full Organ ((Robuuste tongwerken,) een stralend plenum, 1997)
By Tonnus Oosterhoff
Translated by John Irons

All poems first published in The Low Countries, 2005