Last Poem

This poem is the last I’ll ever write,
now that I’ve almost reached my dying day,
and my creative urges ebb away
and cancer fills my body like a blight,

and, Lord (I’ll use that name again, I fear,
though I can scarcely picture you at all,
but still I’d rather speak in someone’s ear
than into thin air, so when I call

it seems the best way of making sense) —
what happens now, what good to me’s that light
of mine, of yours, with the fall about to commence

to unexpected depths without a name?
Or will you find me a word none can write,
that even unpronounced remains the same?

 

Laatste gedicht

Dit wordt het laatste gedicht dat ik schrijf,
nu het met mijn leven bijna is gedaan,
de scheppingsdrift me ook wat is vergaan
met letterlijk de kanker in mijn lijf,

en, Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan,
ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,
maar ik praat liever tegen iemand aan
dan in de ruimte en zo is dit wel

de makkelijkste manier om wat te zeggen), —
hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht
van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in

het onverhoeds onnoemelijke begint?
Of is het dat jij me er een onverdicht
woord dat niet uitgesproken hoeft voor vindt?

From Last Poems (Laatste gedichten, 1977)
By Hans Andreus
Translated by Paul Vincent

First published in The Low Countries, 2001

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *