Resisting Winter

Oh land of snow and biting ice,
what have you in store for me?
Above the wood the white moon starts
her voyaging through all the nights
and the silence seems to creak.
In your soil, beneath the sod,
shivering my good dead lie,
while my sick soul reaches out
to every dream, oh, Abishag!
who rest there under the canopy
in the pink glimmer of the dawn.
Why, oh land of biting ice,
do you perplex your son like this,
and do I always yearn for spring?

 

Verweer tegen den winter

Gij land van sneeuw en snerpend ijs,
wat heb ik van u te verwachten?
Boven het bos begint de reis
der witte maan door al de nachten
en ‘t is alsof de stilte kraakt.
In uwen grond, onder de zoden,
liggen huivrend mijn goede doden,
terwijl mijn zieke ziele haakt
aan iedren droom, o, Abisag!
gij die daar rust onder de tente,
in ‘t roze gloren van den dag.
Waarom, gij land van snerpend ijs,
brengt gij uw zoon zo van de wijs
en zucht ik altijd naar de lente?

From Open House and Other Poems (In den zoeten inval en andere gedichten. Amsterdam: Van Oorschot, 1955)
By Richard Minne
Translated by Tanis Guest

First published in The Low Countries, 2003