Song for the Dead

Upsy-daisy, there we go, from hobby-horse to hearse across the cobbles.
It drizzled when grandmother was buried.

In September her daughter scrubs the grave though no one
drops by. My knees are wrecked, she reflects. So many
wasted years. Give me a jab if I get Alzheimer’s. Or:
poor bonne-maman was scared the rabbits in the cemetery
would gnaw at her toes. When my time comes, 1’ll have myself
cremated. Mr Death’s a gourmet in the ground.

In the fog over the graves: a room at her place. Grey
dove stares at the box, doesn’t recognise her. ‘It’s only twenty
degrees and the TV guide has no decent programmes. You’re
surely not sleeping with that man from downstairs? How can you? He’s
a thief, I’ll hide my money!’

The smell of burning potato tops. Mother says goodbye
to the swans. Oppressive air, mud sucking. Arthritis
in the shoulder. Quickly home.

A play on the radio in the living room. No one listens.
The hit parade. Anti-wrinkle cream. And a rosary in the drawer.

 

Dodenlied

Hopsa, faldera. Van hobbelpaard tot lijkauto over de kasseien.
Het druilde toen grootmoeder werd begraven.

In september schrobt haar dochter het graf al komt er nooit
iemand langs. Mijn knieën zijn kapot, mijmert ze. Zo veel
verloren jaren. Geef mij een spuitje als ik Alzheimer krijg. Of:
arme bonne-manvan had schrik dat de konijnen op het kerkhof
aan haar tenen zouden knagen. Als het zover is, laat ik mij
cremeren. In de grond is magere Hein een lekkerbek.

In de mist over de graven: een kamertje bij haar thuis. Grijze
duif staart naar de buis, herkent haar niet. ‘Ik heb maar twintig
graden en de televisiegids geeft geen goede programma’s. Gij
slaapt toch niet met die man van beneden? Hoe kunt ge! Hij is
een dief, ik verstop mijn geld.’

De geur van brandend aardappelkruid. Moeder neemt afscheid
van de zwanen. De lucht drukt zwaar, de modder zuigt. Artritis
in de schouder. Vlug naar huis.

Een hoorspel op de radio in de woonkamer. Niemand luistert.
De hitparade. Anti-rimpelcrème. En een rozenkrans in de lade.

From Houdini’s Straitjacket (Dwangbuis van Houdini, 1998)
By Peter Holvoet-Hanssen
Translated by Paul Vincent

First published in The Low Countries, 2001