Temptation

have prayed, O great God, for thy mercy,
But ah! thou hast denied it to me in my distress.
I have cried out for thy unstinting kindness,
But felt it not when things went ill with me.

Wrestled I have and striven to gain thy love,
But have awaited it in vain for all too long.
So many times I have sought thy compassion,
But to this very day nothing have I received.

How easily thy grace could turn my heart to thee,
Thy kindness and thy love draw me towards the good,
And thy divine compassion from all evil free me.

Alas! What am I saying, Lord! While my heart sought
To reach thy sweetness, within it there have wrought
Thy goodness and thy grace, thy love and thy compassion.

 

Aanvechtinge

Ik heb om uw genade, o grote God, gebeden,
Maar och! Gij hebt ze mij in mijnen druk ontzeid.
Ik heb geroepen om uw milde goedigheid,
Maar heb ze niet gevoeld in mijn ellendigheden.

Ik heb om uwe liefd’ geworsteld en gestreden,
Maar hebbe tevergeefs daar lange naar gebeid.
Ik hebbe dik gezocht uw mededogendheid,
Maar en verneem ze niet tot op den dag van heden.

Hoe licht kost uw gena bekeren mijn gemoed,
Uw liefd’ en goedigheid mij trekken tot het goed,
Uw mededogendheid van ‘t kwade mij bevrijden.

Eilaas! wat zeg ik, Heer! dewijl mijn herte tracht
Naar uwe zoetigheid, zo heeft daarin gewracht
Uwe goedheid, uw genâ, uw liefd’, uw medelijden.

From In Thy Boundless Mercy (In uw genade grondeloos, 1967)
By Jacobus Revius
Translated by Tanis Guest

First published in The Low Countries, 2002