The Clouds

I still wore boy’s clothes and lay side by side
Outstretched with mother in the heath’s warm lair;
Above us shifting clouds were drifting by
And mother asked me what I saw up there.

And I cried: Scandinavia, and: swans,
A lady, and: a shepherd with his sheep –
The wonders were made word and drifted on,
But I saw mother, smiling, start to weep.

Then came the time I kept the earth in sight,
Although up in the sky the clouds were rife;
did not seek to try to catch in flight
The strange thing’s shadow as it grazed my life.

– Now on the heath my lad lies next to me
And points out what in new clouds he can spy;
I’m crying now, for far off I can see
the distant clouds that made my mother cry –

 

De wolken

Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder –
De wond’ren werden woord en dreven verder,
Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van ‘t vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

– Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide –

From Collected Works (Verzameld werk, 1982)
By Martinus Nijhoff
Translated by John Irons

First published in The Low Countries, 2003