The Great Flood

two days on the roof, she said
lately, but yes, they left
the hospital much later still

I was eight, just, my brother four – I don’t
know as many fairy stories now as then:
Mother Hulda was a godsend on the roof

was there much water in her well?
he loved questions like that, my brother,
also later at Uncle Jos’s house in Tilburg

it had been pouring there, February
the ditches overflowing, we’d hardly settled

in: my brother had never seen duckweed before
I’d meant to show him later back in Goeree
or casually tell him about it,
in a fairytale maybe

 

Watersnood

twee dagen in de dakgoot, zei ze
laat, maar ja, ze kwamen nog
veel later uit het ziekenhuis

acht was ik pas, mijn broertje vier – ik ken
niet zoveel sprookjes meer als toen:
Vrouw Holle was een uitkomst in de goot

stond er veel water in haar put?
mijn broertje was verzot op zulke vragen
ook later nog in Tilburg bij oom Jos

het had daar hard geregend, februari
dus de sloot stond vol, we waren
er maar kort: mijn broertje kende nog geen kroos

ik had het hem later terug op Goeree
willen wijzen of beter vertellen, terloops
in een sprookje misschien

From Mijn broertje kende nog geen kroos (1971)
By Arie van den Berg
Translated by Donald Gardner

First published in The Low Countries, 2015