Tumult

They’re odd creatures, the dead,
pushing into you, sitting with their
cavities in your knees, their phalanges
in your fingers writing a letter,
just as sluggish as you are, as poorly informed
about weather forecasts and mercy, about doubt and prices

and when it’s dinner time, bedtime,
time to take the dogs for a walk,
time to make a baby, to bury a husband,
they’re always there, compliant,
docile, with their crests and spikes their pubes
over your sex their craniums holding your
senses their bones round your marrow

inside you, clickclickclick. Only
your skin damps their tumult a little.

 

Drukte

Het is raar gesteld met de doden,
schuiven in je aan, zitten met hun
holtes in je knieën, hun kootjes
in je vingers een brief te schrijven,
even sloom als jezelf, even beperkt op de hoogte
van weerbericht en genade, twijfel en kostprijs

en als het etenstijd, bedtijd,
tijd is om de honden uit te laten,
tijd om een kind te krijgen, een man te begraven,
altijd lopen zij, meegaand,
volgzaam, met hun kammen en doornen hun schaambeen
boven je geslacht hun schedelpan rond je
zinnen hun graat om je merg

in je door, tiktiktik. Alleen
je vel dempt hun drukte een beetje.

From Nothing More Constant (Niets bestendiger. Amsterdam: de Arbeiderspers, 1998)
By Eva Gerlach
Translated by Tanis Guest

First published in The Low Countries, 2001