Westward

High through late light the white birds heading west
flew over that had not a thing to gain
from knowledge of twigs or building a nest.
I was still young, but won’t forget again
the spirit, the whoosh of the wings, the cries
of the exalted ones; no joy or pain
holds souls together, obsessed by the skies
full of sea birds and the joyous refrain
of solitude. The late light in the west
remembers no joy, remembers no pain.

 

Westwaarts

Hoog door laat licht vlogen toen naar het westen
de witte vogels over, die geen weet
ooit hadden van boomtakken en van nesten.
Ik was nog jong, maar nimmer meer vergeet
de geest het vleugelsuizen en de kreten
van de verhevenen, geen vreugde geen leed
houdt ooit de zielen saam, die eens bezeten
raakten van zeevogels en de juichkreet
der eenzaamheid. Het laat licht in het westen
weet van geen vreugde meer en van geen leed.

From Met losse teugel. Verspreide gedichten (1970)
By Adriaan Roland Holst
Translated by Paul Vincent

First published in The Low Countries, 2015