Winter’s Day  

My son was seven years old; his skates
were much too big. We saw fishes and
a frog under ice, whooshed by reeds,
past eleven imagined towns, ate freezing cold
chocolate and sat on the bank. In the peat
we found a potsherd. All the world
lay bright and dry at our feet.

 

Winterdag

Mijn zoon was zeven jaar; zijn schaatsen
waren veel te groot. Wij zagen vissen en
een kikker onder ijs, suisden langs riet,
langs elf verzonnen steden, aten bevroren
chocola en zaten op de wal. Wij vonden
in het veen een potscherf. Heel de wereld
lag helder en droog aan onze voeten.

From Poems 1991-2000 (De gedichten 1991-2000. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2000)
By Anna Enquist
Translated by Tanis Guest

You might also like...